De warmtekrachtcentrale RoCa3 kenmerkt zich vooral door het innovatieve karakter van het procesontwerp. Door gecombineerde productie van warmte en elektriciteit werkt deze eenheid met een hoger rendement dan bij de gescheiden opwekking van elektriciteit en warmte. De centrale RoCa3, op de grens van Rotterdam en Capelle aan den IJssel, kenmerkt zich daarnaast echter doordat een deel van de rookgassen uit de gasturbine door naverbranding worden verrijkt met CO2. Na koeling (onder stoomvorming) wordt dit deel van de rookgassen met behulp van een compressor op druk gebracht en naar het glastuinbouwgebied ten noorden van Rotterdam getransporteerd. De CO2in deze rookgassen dient als voedingsstof voor de kassenteelt. De warmte uit de centrale wordt eveneens naar de glastuinbouw ten noorden van Rotterdam getransporteerd en wordt ingezet ten behoeve van kasverwarming bij de tuinders.
RoCa3 heeft een ingenieus kringloopsysteem van aardgas, warmte, elektriciteit en met CO2 verrijkte rookgassen en daardoor een zeer hoog energie- en milieurendement.
Opwekking
Als gevolg van de levering van de CO2-houdende rookgassen aan de glastuinbouw wordt de jaarlijkse CO2-uitstoot van de centrale met 130.000 ton teruggebracht. Dit is vergelijkbaar met de uitstoot van 40.000 auto's die elk 25.000 kilometer afleggen. De gecombineerde opwekking van elektriciteit en warmte en de levering van kooldioxide-houdende rookgassen aan het glastuinbouwgebied rond Bleiswijk bespaart evenveel aardgas als bijvoorbeeld een stad als Zoetermeer verbruikt.
Proces
De centrale RoCa3 - deze ligt op de grens van Rotterdam en Capelle aan den IJssel - levert elektriciteit, warmte en kooldioxide (CO2). Hogere concentraties CO2 in de broeikassen bevorderen de groei van planten en groenten, waardoor de regionale glastuinbouw volop kan profiteren van deze milieubesparende technische hoogstand. In de warmtekrachtcentrale RoCa3 wordt met behulp van een STEG-installatie (bestaande uit een gasturbine, een afgassenketel en een stoomturbine) elektriciteit en warmte opgewekt. Door een door Energy Engineering Services gepatenteerd systeem van naverbranding in een aparte stoomketel wordt een deel van de rookgassen verrijkt met CO2.
Na verbranding van het aardgas worden de uitlaatgassen uit de gasturbine (540 graden Celsius) naar een ketel geleid. Daar wordt water verhit tot stoom, dat weer een stoomturbine aandrijft. Aan de stoomturbine is een generator gekoppeld, die elektriciteit opwekt. De rest van de energie in de stoom wordt hergebruikt voor warmte-opwekking. Nadat de rookgassen hun warmte hebben afgegeven, wordt een deel daarvan naar de CO2-ketel afgevoerd. Om de concentraties CO2 in de rookgassen te verhogen, wordt extra aardgas bijgestookt. De CO2-houdende gassen worden vervolgens gekoeld en gecomprimeerd en via een pijpleiding naar de tuinders getransporteerd. Met de warmte uit het extra aardgas wordt stoom, en weer elektriciteit geproduceerd. Zo gaat er niets verloren. De aan- en afvoer van warm en afgekoeld water verloopt via twee leidingen tussen RoCa3 en de klanten. De drie pijpleidingen hebben elk een lengte van tien kilometer.
Milieu
Doordat tegelijk met elektriciteit warmte wordt geproduceerd (warmtekrachtkoppeling), is minder brandstof nodig ten opzichte van het apart opwekken van elektriciteit en warmte. Dit levert niet alleen een energiebesparing op van twintig procent, maar vermindert tegelijk de CO2-uitstoot. RoCa3 voorziet in negentig procent van de jaarlijkse vraag naar warmte en CO2 van 140 tuinders. Zij hoeven hierdoor alleen in noodsituaties nog zelf te stoken.