De warmtekrachtcentrale aan de Galileïstraat in Rotterdam verzorgt sinds 1988 de productie van warmte voor de stad Rotterdam en (gedeeltelijk) voor Capelle aan den IJssel. Door gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit is minder energie uit de brandstof (aardgas) nodig dan bij gescheiden opwekking. De locatie leent zich goed voor eventuele verdere uitbreiding in de toekomst.
Opwekking
In de drie gasturbines wordt aardgas verbrand. Aan deze turbines zijn generatoren gekoppeld; die genereren elektriciteit die via een transformator aan het openbare net met een spanning van 150.000 volt wordt afgegeven. Bij de verbranding van het aardgas komen hete uitlaatgassen vrij. Deze worden gebruikt om water te verhitten tot stoom, die vervolgens via de stoomturbine en de daaraan gekoppelde generator elektriciteit opwekt. Voor de benodigde warmte ten behoeve van de verwarming van het stadsverwarmingswater wordt stoom uit de stoomturbine gebruikt. Dit water wordt direct naar de stadswijken getransporteerd of tijdelijk opgeslagen. Dit laatste gebeurt in buffertanks met 12.500 m3 inhoud. De STEG-eenheid aan de Galileïstraat wordt primair ingezet voor de warmtelevering; bij weinig vraag naar warmte wordt meer energie in de stoom in elektriciteit omgezet. Als er meer vraag naar warmte is, dan wordt minder elektriciteit geproduceerd.
De stoom- en gaseenheid in de Galileïstraat is een start-stopeenheid. Ze wordt ingezet als er veel vraag naar elektriciteit is en uitgeschakeld bij weinig vraag.
Milieu
De combinatie van stoom- en gasturbines (STEG) zorgt ervoor dat het elektrisch rendement van de installatie zo'n tien procent hoger ligt dan bij conventionele installaties. Het totaalrendement van deze installatie, bepaald door de totale geproduceerde energie aan warmte en elektriciteit, gedeeld door de ingevoerde energie uit het aardgas, is ongeveer 25 % hoger dan bij gescheiden opwekking van elektriciteit en warmte.